Een hellend vlak — een helling — is een schuine baan om lasten omhoog te brengen zonder ze recht op te tillen. Hoe flauwer de helling, hoe kleiner de duw die nodig is om de last erlangs te bewegen: een vat een lange, flauwe helling op rollen is makkelijk; een korte, steile helling op, moordend; recht omhoog, onmogelijk.
Voorbeelden
Voorbeeld 31.7 (Hellingen in het landschap)
Rolstoelhellingen lopen lang en flauw naast korte trappen — met opzet zachtaardig. Bergwegen zigzaggen: in plaats van de top recht aan te vallen, wikkelen ze een lang, flauw hellend vlak heen en weer over de berghelling. En de schroef is een helling in vermomming — een schuine baan om een staafje gewikkeld, zodat elke makkelijke draai van de schroevendraaier de schroef een piepklein stapje dieper laat kruipen.