Een zintuig is een manier waarop het lichaam iets over de wereld te weten komt. Elk zintuig werkt via een zintuigorgaan, een lichaamsdeel dat voor die taak gebouwd is:
- zien — de ogen zien licht, kleuren en vormen;
- horen — de oren horen geluiden;
- ruiken — de neus ruikt geuren;
- proeven — de tong proeft het eten;
- voelen — de huid, over het hele lichaam, voelt ruw en glad, warm en koud.
Voorbeelden
Voorbeeld 5.2 (Ontbijt, zintuig voor zintuig)
Eén kom warme chocolademelk gebruikt alle vijf: de ogen zien de damp, de neus ruikt de cacao, de huid van de handen voelt de warme kom, de oren horen de lepel tikken, en de tong — het beste deel — proeft.
Voorbeeld 5.5 (Dingen benoemen in het donker)
Een vriend legt een bekend voorwerp in je handen terwijl je ogen dicht zijn: een sleutel, een spons, een lepel. Je noemt het bijna meteen. De huid stuurde haar boodschap — koud, hard, gekarteld — en de hersenen antwoordden: “een sleutel”. Zintuigen verzamelen; de hersenen begrijpen.
Voorbeeld 5.9 (Het concert hiernaast)
Na heel harde muziek fluiten de oren soms een tijdje na. Dat fluiten is het oor dat “te veel!” zegt. Mensen die met lawaaiige machines werken dragen precies daarom gehoorbeschermers — hun oren moeten hun een leven lang meegaan.