Neerslag is water dat uit een wolk naar de grond valt: regen (druppels vloeibaar water), sneeuw (vlokken van aan elkaar geplakte ijskristallen) of hagel (balletjes ijs, hagelstenen genoemd, die uit onweerswolken vallen).
উদাহরণ
Voorbeeld 7.12 (Een week regen op school)
De klas las een week lang elke ochtend de regenmeter af en vond: maandag 0, dinsdag 4, woensdag 12, donderdag 7, vrijdag 0, zaterdag 2, zondag 5 millimeter. De natste dag was woensdag. Op maandag en op vrijdag regende het niet. In de hele week viel er millimeter. Woensdag alleen bracht 12 van de 30 millimeter, dat is van de regen van de week.