- Een rechthoek heeft zijden en rechte hoeken; de zijden die tegenover elkaar liggen, zijn even lang.
- Een vierkant is een rechthoek waarvan de zijden allemaal even lang zijn.
- Een driehoek heeft zijden; een rechthoekige driehoek heeft één rechte hoek.
- Een cirkel teken je met de passer: al zijn punten liggen op dezelfde afstand (de radius) van het middelpunt.
Voorbeelden
Voorbeeld 18.4 (Waarom die tekens nodig zijn)
Een figuur die een beetje scheef getekend is, kan op een vierkant lijken zonder er een te zijn. De tekens vertellen de waarheid: vierkantjes voor de rechte hoeken streepjes een echt vierkant. Zet de tekens erbij als je zelf tekent; en vertrouw bij het lezen van een figuur alleen op de tekens en de gegeven maten.