Een bloeiende plant heeft vier hoofddelen:
Voorbeelden
Voorbeeld 3.5 (Een onkruidje uittrekken)
Trek voorzichtig een onkruidje uit losse, natte aarde en je haalt het verborgen deel omhoog: een pluk bleke wortels, soms langer dan de hele groene plant erboven. Nu kun je de plant van onder naar boven lezen: wortels, stengel, bladeren — en, met geluk, een bloem.
Voorbeeld 3.7 (De kastanjeboom)
De kastanjeboom op het plein heeft hetzelfde bouwplan als het madeliefje, maar dan groter en harder: wortels onder de grond, een stam in plaats van een zachte stengel, takken met duizenden bladeren, en in de lente bloemen. Het madeliefje leeft één jaar; de kastanjeboom kan langer dan honderd jaar leven.
Voorbeeld 3.9 (De vergeten plant)
Vergeet de klasplant water te geven voor de vakantie: haar bladeren hangen slap en zielig omlaag — ze verwelkt. Geef haar water, en een paar uur later staan de bladeren weer rechtop. Water was wat ontbrak.