Veel jonge dieren zijn miniaturen van hun ouders: het kitten is een kleine kat, het veulen een klein paard, het kuiken een kleine kip. Opgroeien betekent voor hen groter en sterker worden — de vorm van het lichaam blijft dezelfde.
Voorbeelden
Voorbeeld 8.5 (Van kitten tot kat)
Het pasgeboren kitten drinkt melk met gesloten ogen. Na een maand speelt het en springt het op alles af; na zes maanden jaagt het als een volwassen kat; na een jaar is het volwassen, misschien met eigen kittens. Kleine kat, grotere kat, kat: onderweg steeds dezelfde vorm.