Als de inspanning stopt, stoppen polsslag en ademhaling niet: ze zakken maar geleidelijk terug — de herstelfase. Het lichaam vereffent schulden: het laadt zijn zuurstofvoorraden bij, ruimt het afval van de inspanning op en raakt de opgehoopte warmte kwijt. Hoe fitter het lichaam, hoe sneller het herstel — en daarom is de hersteltijd zelf een fitheidsmeting.
Voorbeelden
Voorbeeld 49.8 (Twee lopers, één heuvel)
Een ongetrainde en een getrainde loper nemen dezelfde heuvel. Ongetraind: halverwege een polsslag van , hijgend, gedwongen te lopen — de bevoorradingslijnen kunnen de rekening niet betalen, en de schuld roept halt. Getraind: bovenaan , praten lukt nog, herstel in drie minuten. Dezelfde heuvel, dezelfde rekening — verschillende plafonds, gebouwd door maanden van precies zulke heuvels rustig genomen.