Bij vrouwelijke zoogdieren wordt in elke somatische cel een van de twee X-chromosomen vroeg in de ontwikkeling transcriptioneel uitgeschakeld, een vorm van dosiscompensatie die de expressie van X-gebonden genen tussen XX-vrouwtjes en XY-mannetjes gelijktrekt. Het uitgeschakelde chromosoom wordt samengepakt tot een dicht lichaampje tegen het kernmembraan, het Barr-lichaampje. Welke X zwijgt, wordt in het eigenlijke embryo willekeurig bepaald en wordt, eenmaal gekozen, klonaal door alle afstammelingen van de cel geërfd. De inactivatie wordt op gang gebracht door Xist, een niet-coderend RNA van dat wordt afgeschreven van het X-inactivatiecentrum van het chromosoom dat zal zwijgen: het bekleedt dat chromosoom in cis, trekt Polycomb (H3K27me3), de histonvariant macroH2A en ten slotte DNA-methylering van de promotoren aan, en de stilte wordt daarna zonder Xist per deling in stand gehouden. Ongeveer van de menselijke X-gebonden genen ontsnapt geheel of gedeeltelijk aan de inactivatie.