Mengen is verschillende dingen bij elkaar doen, en ze vaak ook door elkaar roeren. Wat we krijgen, is een mengsel van die dingen.


Voorbeelden
Voorbeeld 2.2 (Een kom muesli)
Havervlokken, rozijnen, noten en zaadjes gaan samen in één kom: dat is een mengsel. Kijk goed: elk ingrediënt is nog te zien en kun je er met je vingers weer uit halen — een rozijn blijft een rozijn, een noot blijft een noot.
Voorbeeld 2.3 (Siroop in water)
Ook twee vloeistoffen kun je mengen. Rode siroop die je in een glas water giet, zakt naar beneden in kleurige krullen; na één keer roeren is het hele glas gelijkmatig roze. Met het oog kun je de siroop en het water niet meer uit elkaar houden.