Bij een effusieve uitbarsting komt het magma rustig naar buiten als lava, die van de eruptieopening wegstroomt, soms kilometers ver, of in fonteinen van gloeiende druppels omhoogspuit. Bij een explosieve uitbarsting wordt het magma door zijn eigen gas aan stukken geblazen: een kolom van as, gas en brokken gesteente wordt hoog de lucht in geslingerd.


উদাহরণ
Voorbeeld 19.6 (Pinatubo, 1991: de verschaalde frisdrank en de geschudde fles)
In juni 1991 bereikte het eerste magma het oppervlak van de Pinatubo, in de Filipijnen. Op weg naar boven had het het grootste deel van zijn gas verloren, “als een fles frisdrank die verschaald is”, in de woorden van de wetenschappers die de vulkaan in de gaten hielden. Het sijpelde langzaam naar buiten en hoopte zich op tot een heuvel boven de eruptieopening: geen explosie. Toen, op 12 juni, bereikte magma dat nog vol gas zat het oppervlak en explodeerde het — de kolom op de foto hierboven. Op 15 juni kwam er nog gasrijker magma aan, en had de vulkaan een van de grootste uitbarstingen van de twintigste eeuw: hij stootte meer dan vijf kubieke kilometer gesteente en as uit, zijn aswolk steeg tot hoogte, en de top van de berg stortte in tot een holte van doorsnee. Dezelfde vulkaan, dezelfde week: het gas maakte het verschil.
Voorbeeld 19.8 (De aanwijzingen gebruiken)
Een reiziger beschrijft een vulkaan: “een enorme, zacht afgeronde berg, overal zwarte lavastromen op de hellingen, sommige pas een paar jaar oud”. Aanwijzing 2 (flauwe hellingen) en aanwijzing 4 (donkere lavastromen) wijzen allebei op effusieve uitbarstingen: het is een schildvulkaan, zoals de Mauna Loa.