Lucht is verzadigd wanneer ze de grootste massa waterdamp bevat die ze bij haar temperatuur kan vasthouden, haar verzadigingsgehalte; elke extra damp condenseert tot druppeltjes. De relatieve luchtvochtigheid van lucht is haar gehalte aan waterdamp gedeeld door haar verzadigingsgehalte bij dezelfde temperatuur en druk, uitgedrukt als percentage.
উদাহরণ
Voorbeeld 4.4 (Een zomerochtend)
Bij bevat de lucht . Het verzadigingsgehalte bij is , dus de relatieve luchtvochtigheid is . Het verzadigingsgehalte is bij : dat is het dauwpunt. ’s Middags heeft dezelfde lucht, opgewarmd tot (verzadigingsgehalte ), een relatieve luchtvochtigheid van maar — met precies hetzelfde water erin.
Voorbeeld 4.9 (Een cumulus in de middag)
In de middag van Voorbeeld 4.4 is de lucht bij de grond , met een dauwpunt van . Opstijgende bellen raken verzadigd op : de cumuluswolken hebben hun platte onderkant op ongeveer hoogte. ’s Ochtends, bij , zou dezelfde lucht al op maar zijn gecondenseerd: de wolkenbasis stijgt in de loop van de dag, terwijl de grond opwarmt.
Voorbeeld 4.13 (De warme, droge wind aan de lijzijde)
Lucht op zeeniveau van , met een dauwpunt van , wordt over een bergkam van hoog gedreven. Ze raakt verzadigd op , bij ongeveer . Vandaar tot de top koelt ze af met de natte gradiënt, tot ongeveer , en verliest ze ongeveer een derde van haar water als regen (van tot ). Aan de andere kant warmt ze bij het dalen over op met de droge gradiënt: ze bereikt de vlakte bij ongeveer , zeven graden warmer dan bij het vertrek, met een relatieve luchtvochtigheid van ongeveer . Zulke warme, droge winden waaien aan de lijzijde van veel bergketens.