Een rivier is water dat altijd stroomt, in een lange bedding, van hoger land naar beneden tot in een meer of in de zee. Een meer is een groot water met land eromheen. De kust is de plek waar het land de zee raakt.
উদাহরণ
Voorbeeld 2.7 (Stad en platteland)
In een stad is bijna alles wat we zien gebouwd: straten, huizen, winkels, bruggen, parken. Op het platteland zien we vooral akkers, bossen en weilanden, met hier en daar een boerderij of een dorp. Allebei zijn het landschappen. Zelfs midden in een grote stad zijn de vormen van het land er nog: een rivier stroomt door de stad, en sommige straten gaan een heuvel op.
Voorbeeld 2.9 (Het landschap van Mia)
Op de voorgrond: het gras boven op de heuvel. Op de middengrond: een dal met een rivier, een brug en een dorp, met akkers eromheen, en een bos op de volgende heuvel. Op de achtergrond: een vlakte en, aan het eind van het land, de kust en de zee. Natuurlijk: de heuvels, het dal, de rivier, het bos, de zee. Door mensen gemaakt: het dorp, de kerk, de brug, de akkers.

