পৃথিবী ও মহাকাশ বিজ্ঞান · বই 1 · শ্রেণি 1–9

Aard- en ruimtewetenschappen basisschool en onderbouw

বইগুলো এখনো বাংলা ভাষায় পাওয়া যায় না — Nederlands সংস্করণ দেখানো হচ্ছে।

Aard- en ruimtewetenschappen basisschool en onderbouw · শ্রেণি 1–9

2Landschappen om ons heen

Mia en haar opa zijn helemaal naar boven geklommen, de heuvel achter het dorp op. Bovenop gaan ze in het gras zitten om op adem te komen, en ze kijken. Onder hen staan de rode daken van het dorp dicht om de kerk heen. Een rivier kronkelt tussen groene en gele akkers en stroomt onder een brug door. Op de volgende heuvel staat een donker bos. En heel, heel ver weg, helemaal aan het eind van het land, ligt een dun blauw streepje.

“Dat is de zee,” zegt opa.

Alles wat Mia vanaf de top van de heuvel kan zien, dichtbij en ver weg, is een landschap.

Vanaf de top van een heuvel zien we een heel landschap.
Vanaf de top van een heuvel zien we een heel landschap.

2.1 Wat is een landschap?

Definitie 2.1 (Landschap)

Een landschap is alles wat we in één blik van het land kunnen zien, van waar we staan tot aan de verre horizon: de vorm van de grond, het water, de planten en de dingen die mensen hebben gebouwd.

Een landschap heeft delen die dichtbij zijn en delen die ver weg zijn. Het deel dat het dichtst bij ons is, zit onderaan in wat we zien; het lijkt groot en we zien er alle details van. Het verre deel zit bovenaan, vlak bij de hemel; het lijkt klein en bleek.

Een landschap in drie stroken: de voorgrond onderaan, de middengrond, en de achtergrond tegen de hemel.
Een landschap in drie stroken: de voorgrond onderaan, de middengrond, en de achtergrond tegen de hemel.

2.2 De vormen van het land

De grond is niet overal vlak. Op sommige plaatsen rijst hij hoog op naar de hemel; op andere zakt hij weg in lange laagten; elders is hij vlak zover we kunnen kijken. Elke vorm krijgt een naam.

Definitie 2.2 (Landvormen)

Een landvorm is een vorm van het oppervlak van het land.

  • Een berg is een heel hoge landvorm met steile hellingen; zijn hoogste punt heet de top. Op de hoogste bergen ligt zelfs in de zomer sneeuw.
  • Een heuvel is een landvorm die boven het land eromheen uitsteekt, lager en ronder dan een berg.
  • Een dal is een lange, lage laagte tussen heuvels of bergen; onderin stroomt vaak een rivier.
  • Een vlakte is een breed, vlak en laag stuk land.
De vormen van het land, van de bergen tot de zee, van opzij gezien (de hoogten zijn veel hoger getekend dan ze in het echt zijn).
De vormen van het land, van de bergen tot de zee, van opzij gezien (de hoogten zijn veel hoger getekend dan ze in het echt zijn).
Bergen, met een dorp in hun dal.
Een vlakte, met een rivier en akkers.

Voorbeeld 2.3 (Berg of heuvel?)

Er is geen precieze hoogte waarop een heuvel een berg wordt. We kijken naar de vorm: een berg is hoog en steil, vaak rotsig, soms met sneeuw op de top; een heuvel is lager en ronder, vaak begroeid met gras, akkers of bos, en we kunnen in korte tijd naar zijn top lopen.

2.3 Water in het landschap

Water hoort bij de meeste landschappen. Het stroomt van de heuvels en de bergen naar beneden, verzamelt zich in laagten en bereikt de zee.

Definitie 2.4 (Water in een landschap)

Een rivier is water dat altijd stroomt, in een lange bedding, van hoger land naar beneden tot in een meer of in de zee. Een meer is een groot water met land eromheen. De kust is de plek waar het land de zee raakt.

Een meer tussen heuvels.
Een kust: een strand, rotsen en een haven.

Opmerking 2.5 (Water stroomt altijd naar beneden)

Een rivier stroomt altijd van hoger naar lager gelegen grond. Daarom lopen rivieren onderin dalen, en daarom komen ze uiteindelijk in een meer of in de zee uit: die liggen lager dan het land eromheen.

2.4 Natuurlijke en door mensen gemaakte delen

Sommige delen van een landschap waren er al voordat er mensen kwamen: de bergen, de rivieren, de bossen. Andere delen zijn door mensen gemaakt: huizen, wegen, bruggen, akkers.

Definitie 2.6 (Natuurlijke en door mensen gemaakte delen)

Een natuurlijk element van een landschap is een deel dat niet door mensen gemaakt is: een berg, een rivier, een meer, een bos, een strand. Een door mensen gemaakt element is een deel dat mensen gemaakt of gevormd hebben: een huis, een weg, een brug, een haven, een akker, een tuin.

De delen van het landschap van Mia gesorteerd. Een akker is door mensen gemaakt: ze hebben het land vrijgemaakt en er gewassen op geplant.
De delen van het landschap van Mia gesorteerd. Een akker is door mensen gemaakt: ze hebben het land vrijgemaakt en er gewassen op geplant.

2.5 Landschappen veranderen

Een landschap blijft niet voor altijd hetzelfde. Sommige veranderingen gaan snel, andere zo langzaam dat niemand ze in een heel mensenleven ziet.

  • Met de seizoenen: de akkers zijn bruin na het ploegen, groen in de lente en goudgeel voor de oogst; de bomen verliezen hun bladeren in de herfst; in de winter kan sneeuw alles bedekken.
  • Door de mensen: een dorp groeit uit tot een stad; een bos wordt gekapt om er akkers van te maken; een nieuwe weg en een brug gaan over het dal.
  • Door water en weer: na een zware storm kan een rivier buiten haar oevers treden en een paar dagen de akkers bedekken; aan de kust slijten de golven de rotsen langzaam weg.
Hetzelfde dal lang geleden en vandaag. De heuvel en de rivier zijn niet verplaatst; de mensen hebben het grootste deel van het bos gekapt, akkers aangelegd en meer huizen, een weg en een brug gebouwd.
Hetzelfde dal lang geleden en vandaag. De heuvel en de rivier zijn niet verplaatst; de mensen hebben het grootste deel van het bos gekapt, akkers aangelegd en meer huizen, een weg en een brug gebouwd.

Voorbeeld 2.7 (Stad en platteland)

In een stad is bijna alles wat we zien gebouwd: straten, huizen, winkels, bruggen, parken. Op het platteland zien we vooral akkers, bossen en weilanden, met hier en daar een boerderij of een dorp. Allebei zijn het landschappen. Zelfs midden in een grote stad zijn de vormen van het land er nog: een rivier stroomt door de stad, en sommige straten gaan een heuvel op.

2.6 Een landschap beschrijven

Methode 2.8 (Een landschap beschrijven in vier stappen)

Zo beschrijf je een landschap, vanaf een heuveltop of op een plaatje:

  1. Verdeel het in drie stroken: de voorgrond, de middengrond en de achtergrond.
  2. Noem de vormen van het land: bergen, heuvels, dalen, vlakten.
  3. Zoek het water: een rivier, een meer, de zee en haar kust.
  4. Zoek wat mensen hebben gemaakt: huizen, wegen, bruggen, akkers.

Voorbeeld 2.9 (Het landschap van Mia)

Op de voorgrond: het gras boven op de heuvel. Op de middengrond: een dal met een rivier, een brug en een dorp, met akkers eromheen, en een bos op de volgende heuvel. Op de achtergrond: een vlakte en, aan het eind van het land, de kust en de zee. Natuurlijk: de heuvels, het dal, de rivier, het bos, de zee. Door mensen gemaakt: het dorp, de kerk, de brug, de akkers.

2.7 Oefeningen

Oefening 2.1 ★

Noem de vier vormen van het land die je in dit hoofdstuk hebt geleerd.

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.1.

Berg, heuvel, dal, vlakte.

Oefening 2.2 ★

Wat is hoger en steiler: een heuvel of een berg?

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.2.

Een berg: die is hoger en steiler dan een heuvel.

Oefening 2.3 ★

Natuurlijk of door mensen gemaakt? Een rivier; een weg; een bos; een brug; een strand; een huis.

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.3.

Natuurlijk: de rivier, het bos, het strand. Door mensen gemaakt: de weg, de brug, het huis.

Oefening 2.4 ★

Waar is de kust: waar het land een rivier raakt, of waar het land de zee raakt?

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.4.

Waar het land de zee raakt.

Oefening 2.5 ★

Kijk naar het plaatje van de bergen met hun dorp. Noem één natuurlijk element en één door mensen gemaakt element.

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.5.

Bijvoorbeeld: natuurlijk zijn de bergen, het bos op de hellingen of de beek; door mensen gemaakt zijn een huis of de kerk van het dorp.

Oefening 2.6 ★

Welke landvorm is op de tekening van de vormen van het land het hoogst? Waar stroomt de rivier?

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.6.

De berg, met sneeuw op zijn top. De rivier stroomt onderin het dal, tussen de bergen en de heuvel.

Oefening 2.7 ★★

Waar komt een rivier vandaan, en waar gaat ze naartoe? Waarom stroomt ze nooit omhoog naar de top van een heuvel?

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.7.

Een rivier stroomt van hoger land (heuvels en bergen) naar beneden, tot in een meer of in de zee. Water stroomt altijd naar beneden, dus het kan niet omhoog naar de top van een heuvel stromen.

Oefening 2.8 ★★

Op een plaatje van een landschap lijkt een boom onderaan groter dan een hele heuvel bovenaan. Hoe komt dat?

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.8.

De boom is dichtbij, op de voorgrond; de heuvel is ver weg, op de achtergrond. Dingen die ver weg zijn, lijken kleiner dan dingen die dichtbij zijn.

Oefening 2.9 ★★

Beschrijf het plaatje van de vlakte met haar rivier in drie stroken: wat staat er op de voorgrond, op de middengrond en op de achtergrond?

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.9.

Voorgrond: hoog gras en een paar struiken onderaan het plaatje. Middengrond: de rivier die over de vlakte kronkelt, met bomen langs de oever, akkers, een boerderij en een weg. Achtergrond: het vlakke land dat doorloopt tot aan de horizon, en de hemel.

Oefening 2.10 ★★

Een tarweveld is groen of goudgeel, net als gras. Waarom zeggen we dat het een door mensen gemaakt element van het landschap is en geen natuurlijk element?

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.10.

Omdat mensen het gemaakt hebben: ze hebben het land vrijgemaakt, geploegd en de tarwe gezaaid. Zonder mensen zou daar gras, struikgewas of bos groeien, geen tarweveld.

Oefening 2.11 ★★

Kijk naar de tekening van het dal lang geleden en vandaag. Noem twee dingen die niet veranderd zijn en drie dingen die mensen hebben toegevoegd.

Oplossing

Oplossing van Oefening 2.11.

Niet veranderd: de heuvel en de rivier. Toegevoegd door mensen: de akkers, meer huizen, de weg en de brug (en het grootste deel van het bos is gekapt).

এই অধ্যায়ে সংজ্ঞায়িত পরিভাষা-শব্দ

পরিভাষায় সব 957 টি শব্দ দেখো