Het weer is hoe de lucht en de hemel zijn op één plek en op één moment: zonnig of bewolkt, droog of met regen of sneeuw, windstil of winderig, warm of koud.




উদাহরণ
Voorbeeld 1.2 (Mist)
Op sommige ochtenden lijkt de lucht zelf wit, en de bomen aan het eind van de straat lijken te verdwijnen. Dat is mist. Mist is een wolk die de grond raakt. Als het later op de dag warmer wordt, verdwijnt de mist vaak.