Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Alledaagse eenheden?

Ook bekend als: massa · inhoud

Definitie 12.1 Wiskunde basisschool en onderbouw · Hoofdstuk 12 — Geld en maten
  • Lengte: centimeter (cm) voor kleine dingen, meter (m) voor grote, met 11 m =100= 100 cm;
  • massa: gram (g) voor lichte dingen, kilogram (kg) voor zware, met 11 kg =1000= 1000 g;
  • inhoud (hoeveel er in een bak gaat): liter (L).

Kleinere eenheden en de precieze regels volgen in Hoofdstuk 19.

Voorbeelden

Voorbeeld 12.2 (Welke eenheid?)

Een kleurkrijtje: ongeveer 99 cm. Een deur: ongeveer 22 m. Een appel: ongeveer 150150 g. Een grote zak bloem: 11 kg. Een fles melk: 11 L. Raad de eenheid voordat je meet — dat voorkomt onzinnige antwoorden als “de deur is 22 cm”.

Lees in het hoofdstuk →