- Lengte: centimeter (cm) voor kleine dingen, meter (m) voor grote, met m cm;
- massa: gram (g) voor lichte dingen, kilogram (kg) voor zware, met kg g;
- inhoud (hoeveel er in een bak gaat): liter (L).
Kleinere eenheden en de precieze regels volgen in Hoofdstuk 19.
Voorbeelden
Voorbeeld 12.2 (Welke eenheid?)
Een kleurkrijtje: ongeveer cm. Een deur: ongeveer m. Een appel: ongeveer g. Een grote zak bloem: kg. Een fles melk: L. Raad de eenheid voordat je meet — dat voorkomt onzinnige antwoorden als “de deur is cm”.