De basiseenheid van lengte is de meter (m). Voor kleine lengtes: de centimeter (cm) en de millimeter (mm); voor grote afstanden: de kilometer (km).
Voorbeelden
Voorbeeld 19.2 (De juiste eenheid kiezen)
Een mier: ongeveer mm. Een potlood: ongeveer cm. Een deur: ongeveer m. Een wandeling naar het volgende dorp: ongeveer km. Zeggen dat “de lengte van een potlood is” betekent niets — de eenheid hoort bij het antwoord.