Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Lengte-eenheden?

Definitie 19.1 Wiskunde basisschool en onderbouw · Hoofdstuk 19 — Meten

De basiseenheid van lengte is de meter (m). Voor kleine lengtes: de centimeter (cm) en de millimeter (mm); voor grote afstanden: de kilometer (km).

1 m=100 cm,1 cm=10 mm,1 km=1000 m.1 \text{ m} = 100 \text{ cm}, \qquad 1 \text{ cm} = 10 \text{ mm}, \qquad 1 \text{ km} = 1\,000 \text{ m}.
Een lat lezen: grote streepjes voor centimeters, kleine streepjes voor millimeters. Het voorwerp begint bij het streepje 0 — niet bij de rand van de lat! — en eindigt bij het 6de kleine streepje na de 3.
Een lat lezen: grote streepjes voor centimeters, kleine streepjes voor millimeters. Het voorwerp begint bij het streepje 00 — niet bij de rand van de lat! — en eindigt bij het 66de kleine streepje na de 33.

Voorbeelden

Voorbeeld 19.2 (De juiste eenheid kiezen)

Een mier: ongeveer 55 mm. Een potlood: ongeveer 1818 cm. Een deur: ongeveer 22 m. Een wandeling naar het volgende dorp: ongeveer 33 km. Zeggen dat “de lengte van een potlood 1818 is” betekent niets — de eenheid hoort bij het antwoord.

Lees in het hoofdstuk →