Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Vierkant, rechthoek, driehoek, cirkel?

Ook bekend als: driehoek · vierkant · rechthoek · cirkel

Definitie 5.1 Wiskunde basisschool en onderbouw · Hoofdstuk 5 — Vormen en ruimte
  • de driehoek heeft 33 zijden en 33 hoeken;
  • het vierkant heeft 44 gelijke zijden en 44 hoeken;
  • de rechthoek heeft 44 zijden en 44 hoeken, waarbij de zijden die tegenover elkaar liggen gelijk zijn (een uitgerekt vierkant);
  • de cirkel is helemaal rond: geen zijden, geen hoeken.
De vier basisvormen. Vertrouw bij het benoemen niet op de eerste blik: tel de zijden en de hoeken.
De vier basisvormen. Vertrouw bij het benoemen niet op de eerste blik: tel de zijden en de hoeken.

Voorbeelden

Voorbeeld 5.2 (Gekantelde vormen blijven vormen)

Een vierkant dat op zijn punt staat, blijft een vierkant — vier gelijke zijden, vier hoeken — ook al lijkt het op een vlieger. Een vorm draaien verandert niet wat het is.

Voorbeeld 5.3 (Vormenjacht)

In de klas: het bord is een rechthoek, de klok een cirkel, een gevouwen servet kan een driehoek zijn, sommige ramen zijn vierkanten. Echte voorwerpen zijn geen perfecte vormen, maar hun vlakken komen er dichtbij (lichamen en hun zijvlakken komen terug in Hoofdstuk 11).

Lees in het hoofdstuk →