Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Amplitude?

Definitie 8.4 Natuurkunde bovenbouw · Hoofdstuk 8 — Signalen en golven

De amplitude van een periodiek signaal is de maximale afwijking van de rustwaarde. Voor een spanning die symmetrisch om nul slingert, is de amplitude de topwaarde; van top tot dal meet je tweemaal de amplitude (de top-tot-topwaarde).

Een periodiek signaal: het patroon herhaalt zich om de T seconden, en de amplitude is de maximale afwijking van de rustwaarde.
Een periodiek signaal: het patroon herhaalt zich om de TT seconden, en de amplitude is de maximale afwijking van de rustwaarde.

Voorbeelden

Voorbeeld 8.5 (Netspanning en kamertoon)

De netspanning slingert met f=50Hzf = 50\,\mathrm{Hz}: haar periode is T=1/f=0.020s=20msT = 1/f = 0.020\,\mathrm{s} = 20\,\mathrm{ms}. De kamertoon a van een orkest is een druksignaal van 440Hz440\,\mathrm{Hz}: één cyclus duurt T=1/440=2.3msT = 1/440 = 2.3\,\mathrm{ms}. Hogere frequentie, kortere cyclus: ff en TT zijn elkaars omgekeerde.

Voorbeeld 8.8 (Een volledige aflezing)

Op het oscillogram hieronder staat de tijdbasis op 5ms5\,\mathrm{ms} per hokje en de gevoeligheid op 2V2\,\mathrm{V} per hokje. Eén cyclus beslaat 4.04.0 hokjes: T=4.0×5ms=20msT = 4.0 \times 5\,\mathrm{ms} = 20\,\mathrm{ms} en f=1/0.020s=50Hzf = 1/0.020\,\mathrm{s} = 50\,\mathrm{Hz} — opnieuw het lichtnet. Een top ligt 3.03.0 hokjes boven de as: de amplitude is 3.0×2V=6.0V3.0 \times 2\,\mathrm{V} = 6.0\,\mathrm{V}.

Lees in het hoofdstuk →