Een beweging is eenparig wanneer ze in gelijke tijden gelijke afstanden aflegt — de gelijkmatige pas van iemand die naar een metronoom luistert, de kruisvaart van een trein tussen twee stations. Ze is veranderlijk wanneer het tempo verandert: sneller worden (de sprinter uit de startblokken), langzamer worden (de remmende bus), of allebei om beurten (het eindeloze optrekken en stoppen van stadsverkeer).
Voorbeelden
Voorbeeld 40.7 (Snelheid via evenredigheid)
Een tram in eenparige beweging legt af in minuten. Welke snelheid is dat, in de vertrouwde kilometers per uur? Evenredigheid antwoordt zonder enige nieuwe machinerie: een uur telt drie porties van minuten, dus legt de tram in één uur af — zijn snelheid is kilometer per uur. In een tabel:
| minuten | ||
|---|---|---|
| kilometers |
Eenparige beweging is evenredigheid tussen afstand en tijd — je wiskundecursus en je natuurkundecursus hebben elkaar zojuist de hand geschud.