Definitie 14.3Natuurkunde bovenbouw · Hoofdstuk 14 — Elektrische en gravitatievelden
Als een kleine testlading q in een punt M een elektrische krachtF voelt, dan is het elektrische veld in M
E=qF(in N/C, ook geschreven als V/m).
E hangt alleen van de bronnen en van M af, niet van de testlading: q verdubbelen verdubbelt F en laat het quotiënt onveranderd.
Voorbeelden
Voorbeeld 14.5(Een veld aflezen)
Een testlading q=2.0×10−8C in M voelt een kracht van 6.0×10−4N naar het oosten. Het veld in M is E=6.0×10−4/2.0×10−8=3.0×104N/C, naar het oosten gericht; een lading q′=−1.0×10−8C in hetzelfde punt voelt F=1.0×10−8×3.0×104=3.0×10−4N — naar het westen.
Voorbeeld 14.7(Een geladen bol)
Een vandegraaffbol draagt Q=5.0×10−7C (een kleine geladen bol werkt als een puntlading in haar middelpunt). Op d=0.50m:
E=8.99×109×5.0×10−7/0.502≈1.8×104N/C,
radiaal van de bol af gericht. Op 1.0m is het tot een kwart daarvan gezakt: de 1/d2 van de kracht leeft voort in het veld.