Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Grenssnelheid?

Definitie 26.15 Natuurkunde bovenbouw · Hoofdstuk 26 — Vrije val en de worp

De luchtweerstand werkt de snelheid tegen en groeit met de snelheid. Een vallend lichaam versnelt dus alleen tot de luchtweerstand het gewicht opheft; vanaf dan is a=0\vect a = \vect 0: het valt met een constante grenssnelheid.

Voorbeelden

Voorbeeld 26.16 (Grenssnelheden in ordegrootte)

Een parachutespringer, plat uitgespreid: ongeveer 55m/s55\,\mathrm{m}/\mathrm{s} (200km/h200\,\mathrm{km}/\mathrm{h}). Een regendruppel: ongeveer 9m/s9\,\mathrm{m}/\mathrm{s} — in vacuüm zou 2000m2000\,\mathrm{m} val hem afleveren met 2gh2.0×102m/s\sqrt{2gh} \approx 2.0 \times 10^{2}\,\mathrm{m}/\mathrm{s}. Een veer: ongeveer 1m/s1\,\mathrm{m}/\mathrm{s}, binnen enkele centimeters bereikt — het geheim van haar traagheid: ze brengt haar hele val op de grenssnelheid door; de hamer komt nooit in de buurt van de zijne.

Lees in het hoofdstuk →