De hoekgrootte van een voorwerp met hoogte op afstand is (kleine hoeken). Het oog onderscheidt twee punten alleen als hun hoekafstand groter is dan zijn hoekoplossend vermogen, ongeveer (één boogminuut): zowel de onderlinge afstand van de kegeltjes als de buiging aan de pupil stelt die grens.
Natuurkunde · Begrippenlijst