Kleuren die met de kijkhoek verschuiven — zeepbellen, olievlekken, pauwenveren, de achterkant van een cd — heten irisatie: geen pigment, maar interferentie in wit licht, die sommige golflengten versterkt en andere uitdooft.
Voorbeelden
Voorbeeld 22.18 (Zeepvliezen en olievlekken)
Licht dat op een zeepvlies valt, weerkaatst deels op het voorvlak en deels op het achtervlak: twee coherente kopieën waarvan het weglengteverschil door de dikte en de kijkhoek wordt bepaald. Elke dikte stuurt sommige golflengten versterkt terug en dooft andere uit: het vlies weerkaatst een kleur die verschuift terwijl het uitzakt en dunner wordt. Een olievlek op nat asfalt haalt dezelfde truc uit.