Om licht te tekenen gebruiken natuurkundigen de lichtstraal: een rechte lijn met een pijl, die één draadje licht en zijn looprichting laat zien. Een zaklampbundel tekenen we als een waaier van stralen; een dunne laserbundel als één enkele straal. Net als de krachtpijl is de straal een tekeningetje met een wet erin: de wegen van het licht zijn kaarsrecht.
Voorbeelden
Voorbeeld 28.3 (Waar de wet zich laat zien)
Zodra je de wet kent, zie je haar overal: de rechte zonnestralen door nevel of jaloezieën; de scherpe rechte rand van een zaklampbundel in stoffige lucht; het kaarsrechte draadje van de laserpen; en elke vuurtoren die rechte bladen licht over de nachtelijke zee zwaait. Gebogen licht zie je nooit — fonteinen en bossen mogen krommen, licht doet dat niet.