Een schakelschema is de standaardtekening van een schakeling: elk apparaat wordt weergegeven door zijn afgesproken symbool, en de draden door rechte lijnen met rechte hoeken. Een schema laat zien hoe de schakeling verbonden is — wie wie voedt, wat waar vertakt — en negeert met opzet hoe de echte draden over de tafel kronkelen.
Voorbeelden
Voorbeeld 41.3 (Dezelfde schakeling, twee portretten)
Op tafel: een batterij, een kluwen krokodillenklemdraden die over een etui lussen, een lamp die tegen een boek leunt, een schakelaar die erbij bungelt. Op papier: een rustige rechthoek — batterij links, schakelaar bovenaan, lamp rechts. De kluwen en de rechthoek zijn dezelfde schakeling: elke verbinding identiek. Om te beslissen of twee schakelingen dezelfde zijn, stel je maar één vraag: wie is met wie verbonden?
Voorbeeld 41.4 (Motoren en zoemers doen mee)
Twee nieuwkomers in je kist gedragen zich in een schema precies als lampen: de motor (symbool: M in een cirkel) draait zodra er stroom doorheen loopt — ventilatoren, speelgoedauto’s, boormachines; de zoemer (een aangeslagen cirkel) klinkt zodra hij gevoed wordt — deurbellen, alarmen. De regels van serie en parallel gelden onveranderd voor hen: een schakelaar in serie commandeert ze; parallelle takken maken ze onafhankelijk.