Spelers in een stroomkring staan in serie als ze op één enkele lus zitten, de een na de ander, als kralen aan één ketting: de weg van de stroom loopt door de eerste, dan door de tweede, dan door de derde, zonder ergens te vertakken. Een kring die zo gebouwd is, is een serieschakeling.
Voorbeelden
Voorbeeld 23.5 (De feestverlichting, opgelost)
Het oude raadsel is nu geen raadsel meer: de feestlampjes staan in serie, tientallen kralen aan één ketting. Eén ontbrekend lampje is een onderbreking, en regel één maakt de hele sliert donker. Het schuldige lampje zoeken door ze een voor een te proberen leerde generaties gezinnen regel één op de harde manier — moderne slierten zijn anders gebouwd, zoals volgend jaar zal laten zien.
Voorbeeld 23.7 (Kop aan staart)
Ook batterijen kunnen in serie in de rij gaan staan — maar ze zijn kieskeuriger dan lampjes: ze moeten kop aan staart staan, met de van elke batterij tegen de van de volgende. Twee batterijen die zo in de rij staan duwen samen, en het lampje schijnt duidelijk feller dan met één. Draai één batterij om — kop aan kop — en de twee duwen vechten met elkaar: het lampje geeft niets.
Voorbeeld 23.8 (In de zaklamp)
Maak een zaklamp open: de batterijen schuiven de een achter de ander in een koker — een kant-en-klare rij kop aan staart — en dan maken het lampje en de drukschakelaar één enkele lus door de behuizing compleet. Een zaklamp is een serieschakeling in je zak. En nu weet je waarom hij donker blijft als er één batterij verkeerd om in zit: kop aan kop heffen de duwen elkaar op.