Een filter (gekleurd glas, een folie, een laagje inkt of verf) laat een deel van het ontvangen spectrum door en absorbeert de rest. Kleuren maken door banden uit wit licht weg te nemen is subtractieve kleurmenging. Haar primaire kleuren, de complementen van de additieve, nemen elk één band weg: cyaan wit R, magenta wit G, geel wit B. Gestapelde filters nemen samen weg: cyaan geel laat groen over, cyaan magenta blauw, magenta geel rood, en alle drie samen zwart. Drukken en schilderen werken zo, met inkten in C, M en Y.
Voorbeelden
Voorbeeld 11.9 (Een keten van filters)
Wit licht doorkruist een geel filter: de blauwe band wordt geabsorbeerd, er blijft over — geel. Een cyaan filter absorbeert daarna de rode band, zodat overblijft: groen. De filters verwisselen verandert niets: elk absorbeert zijn eigen band, ongeacht de volgorde.