Als warmte vloeibaar water als gas de lucht in laat vliegen, dan verdampt het water — de plas krimpt, de was droogt. Als waterdamp iets kouds raakt en weer vloeibare druppeltjes wordt, dan condenseert hij — wasem op het koude raam, damp op de badkamerspiegel. Opnieuw twee tegenovergestelde deuren: warmte stuurt water naar de gastoestand, kou roept het terug naar de vloeistof.
Voorbeelden
Voorbeeld 9.5 (Probeer het: vang het onzichtbare water)
Pak een blikje of een glas zo uit de koelkast, droog de buitenkant zorgvuldig af met een doek en zet het op tafel. Wacht terwijl je tot telt. De buitenkant beslaat en wordt dan nat — er verschijnen druppels uit het niets! Ze lekken niet door het glas heen: de onzichtbare waterdamp in de lucht van de kamer raakte de koude wand en condenseerde. Je hebt zojuist het onzichtbare gas gevangen.
Voorbeeld 9.6 (Wolkjes uit je mond)
In je adem zit altijd onzichtbare waterdamp. Op een warme dag blijft die onzichtbaar. Op een vrieskoude ochtend condenseert de koude buitenlucht hem meteen tot een wolkje voor je mond — en hetzelfde gebeurt op een koud raam als je erop blaast om met je vinger te tekenen.
Voorbeeld 9.8 (De krimpende plas)
Na de regen glimt er een plas op het schoolplein. ’s Middags is hij gekrompen; morgen is hij weg. Niemand heeft hem opgedronken en hij is niet door het asfalt gelekt: de warmte van de Zon liet hem druppel voor druppel verdampen in de lucht. Trek ’s ochtends met krijt een lijn om een plas en kijk na de lunch: het water heeft zich teruggetrokken binnen je lijn.