Een zekering is een lijfwacht die voor je sterft: een met opzet dun draadje, in serie met de kring die het bewaakt, zo gekozen dat het smelt — en zo de lus doorsnijdt — zodra de stroom zijn waarde overschrijdt. De stormloop die meters huisbedrading zou verkolen, verwoest in plaats daarvan drie centimeter opofferingsdraad in zijn brandwerende patroon. Een gesprongen zekering wordt — nadat de storing gevonden is — vervangen door een nieuwe van dezelfde waarde.
Voorbeelden
Voorbeeld 48.7 (Onderbreker en zekering, twee wachters één taak)
De moderne stroomonderbreker doet het werk van de zekering zonder te sterven: een veerbelaste schakelaar die bij de stormloop openklapt en met een tik teruggezet wordt — nadat de storing verholpen is. Zekering of onderbreker, de post van de wachter is dezelfde: in serie, op de tak die hij beschermt, zodat de stormloop door zijn controlepost moet. Een wachter parallel zou de stormloop op de andere weg voorbij zien donderen — pure versiering.
Voorbeeld 48.8 (Overbelasting: de beleefde stormloop)
Niet elke gevaarlijke stormloop is een kortsluiting. Een stekkerdoos die tegelijk een kachel, een waterkoker en een broodrooster voedt, vraagt haar ene tak om drie volle marsen samen te dragen — elk apparaat onschuldig, hun som een overbelasting die de wandbedrading als een trage broodrooster verwarmt. De onderbreker klapt op de som eruit, en terecht. Huisregel: één hongerig warmteapparaat per stopcontact; de stekkerdoos is voor lampen en opladers, niet voor een privékeuken.