De centimeter (geschreven ) is een kleine eenheid van lengte, ongeveer de breedte van een nagel; hij staat op elke liniaal gedrukt. De meter (geschreven ) is een grote eenheid, precies centimeter, de lengte van een heel grote stap. Die eenheden zijn voor iedereen op Aarde hetzelfde: jouw en mijn zijn precies gelijk.
Voorbeelden
Voorbeeld 7.8 (Welke eenheid voor welk werk?)
Kleine dingen als een kever, een postzegel of je hand meet je in centimeters. Grote dingen als een gang, een bus of een zwembad meet je in meters: het bad is lang — stel je voor dat je dat in nagelbreedtes moest tellen! Een verstandige eenheid kiezen is het halve werk van het meten.
Voorbeeld 7.9 (Eerst schatten, dan nakijken)
Vóór het meten gokken de spelers: hoe lang is de keukentafel? Papa zegt , Lina zegt en een beetje. Dan beslist de meterlat: en bijna een half — punt voor Lina. Eerst gokken traint je oog; meten houdt iedereen eerlijk.