De chemische samenstelling van een monster levende materie is de lijst van de chemische elementen die het bevat, met voor elk element het deel van de massa van het monster dat het vertegenwoordigt. Zij wordt gemeten door het monster chemisch uit elkaar te halen — verbranden, wegen wat verdampt en wat achterblijft, de vrijgekomen gassen analyseren — niet door ernaar te kijken.
Voorbeelden
Voorbeeld 1.3 (Levende materie tegenover gesteente)
De aardkorst bestaat eveneens voor 46% uit zuurstof, maar de volgende elementen zijn silicium (28%), aluminium (8%) en ijzer (5.6%). Koolstof maakt 0.02% van de korst uit en stikstof 0.002%, tegenover 18.5% en 3.2% van een lichaam. Een levend wezen is dus geen monster van zijn omgeving: het concentreert enkele elementen met een factor duizend of meer. Die selectie is het eerste chemische kenmerk van leven.