De invoer uit de schors bereikt de hippocampus via de entorhinale schors en doorloopt drie trappen: de gyrus dentatus, wier korrelcellen talrijker zijn dan hun invoeren en spaarzaam vuren (waarmee zij gelijkende patronen scheiden); CA3, wier piramidecellen onderling terugkerend zijn verbonden en elk duizenden synapsen van andere ontvangen — een auto-associatief netwerk dat een opgeslagen patroon uit een fragment kan aanvullen; en CA1, die de uitvoer van CA3 met de rechtstreekse invoer vergelijkt en het resultaat aan de schors teruggeeft. Bij een rat die een arena verkent vuurt een piramidecel van de hippocampus alleen wanneer het dier zich op één plaats bevindt — een plaatscel (O’Keefe, 1971) — en enkele honderden ervan brengen de arena in kaart; stroomopwaarts, in de entorhinale schors, vuren roostercellen (Moser, 2005) op de hoekpunten van een zeshoekig rooster dat de ruimte bedekt, een coördinatenstelsel waaruit de plaatsvelden worden opgebouwd. Tijdens de slaap en de rust worden de reeksen plaatscellen die tijdens een tocht hebben gevuurd op hoge snelheid herafgespeeld, en het blokkeren daarvan schaadt de herinnering aan de tocht: de hippocampus repeteert de paden van de dag voor de schors.