Het eenvoudigste leren is niet-associatief: gewenning, een afnemend antwoord op een herhaalde onschadelijke prikkel, en sensitisatie, een versterkt antwoord na een schadelijke. Associatief leren verbindt twee gebeurtenissen: bij klassieke conditionering (Pavlov) gaat een neutrale prikkel die een beloning of een straf voorspelt het antwoord oproepen; bij operante conditionering wordt een handeling die wordt beloond herhaald. Het menselijke geheugen valt uiteen in het declaratieve geheugen — feiten en gebeurtenissen, bewust opgeroepen, afhankelijk van de hippocampus en de mediale slaapkwab — en het niet-declaratieve geheugen — vaardigheden en gewoonten (striatum, kleine hersenen), geconditioneerde angst (amygdala), priming (schors) — dat in het presteren tot uiting komt zonder herinnering. Een herinnering wordt eerst in een labiele kortetermijnvorm vastgehouden, die seconden tot uren duurt, en wordt in uren tot jaren geconsolideerd tot een stabiele langetermijnvorm die de hippocampus niet meer nodig heeft en in de schors huist.
Biologie · Begrippenlijst