Een reflexboog is de kortste weg van een zintuig naar een uitvoerend orgaan: bij de kniepeesreflex komt een afferente vezel uit een spierspoel het merg binnen en schakelt rechtstreeks over op de motorneuronen van dezelfde spier, die haar ongeveer na de tik samentrekken — één synaps, geen brein. Diezelfde afferente vezel prikkelt een remmend interneuron naar de motorneuronen van de tegenwerkende spier (wederzijdse remming), zodat de samentrekking van de strekker niet door de buiger wordt bestreden. De meeste schakelingen zijn uit enkele motieven opgebouwd: divergentie, één neuron dat er vele aanstuurt, en convergentie, vele op één, wat aanwijzingen optelt; voorwaartse remming, waarbij een invoer zowel een doelcel prikkelt als een interneuron dat de doelcel een milliseconde later remt, wat het antwoord in de tijd scherpt; terugkoppelingsremming, waarbij de uitvoer van de doelcel zelf een interneuron prikkelt dat haar remt, wat het vuren begrenst en, naar de buren uitgebreid, de laterale remming voortbrengt die het contrast scherpt (Hoofdstuk 18); en ontremming, het remmen van een remmer, de manier waarop de basale kernen een beweging vrijgeven.
Biologie · Begrippenlijst