In een diagram vast-vloeibaar is de liquidus de kromme waarboven alles vloeibaar is; ze geeft de samenstelling van de vloeistof in evenwicht met een vaste stof. De solidus is de kromme waaronder alles vast is; waar de vaste stof een oplossing is, geeft ze de samenstelling van de vaste stof in evenwicht met de vloeistof.
Voorbeelden
Voorbeeld 8.8 (Een legering bij )
Voor de legering met nikkelmolfractie 0.58 bij is de fractie van de atomen in de vaste stof . De eerste vaste stof die verschijnt, rond , is rijker aan nikkel dan de legering, de laatste vloeistof armer.
Voorbeeld 8.12 (Een mengsel benzeen–naftaleen afkoelen)
Een vloeistof met naftaleenmolfractie 0.5 koelt af tot de naftaleentak van de liquidus, rond , waar zuiver vast naftaleen begint te kristalliseren. De vloeistof, die naftaleen verliest, glijdt langs de tak omlaag; bij bereikt ze het eutecticum, en de rest stolt bij constante temperatuur tot het eutectische mengsel. Volgens de hefboomregel is net boven het eutecticum het vaste naftaleen van de mol, de eutectische vloeistof 58 %.