Lucht is het mengsel van gassen dat de aarde omringt. Het is niet één enkel gas: er zijn verschillende gassen in gemengd, en die kun je van elkaar scheiden.
Voorbeelden
Voorbeeld 4.5 (Honderd flessen lucht)
Stel je 100 flessen droge lucht voor, en de gassen van de lucht gesorteerd over aparte flessen. Ongeveer 78 flessen zouden stikstof bevatten, 21 flessen zuurstof, en de laatste fles argon, met een paar druppeltjes koolstofdioxide en andere gassen.
Voorbeeld 4.1 (Een omgekeerd glas)
Een droog papieren zakdoekje wordt onder in een leeg glas gedrukt. Het glas wordt omgekeerd en recht naar beneden in een kom water geduwd. Als je het er weer uit haalt, is het zakdoekje nog droog. Het glas was niet leeg: het zat vol lucht, en de lucht hield het water tegen.
Voorbeeld 4.8 (Een volle klas)
In een klein lokaal met de ramen dicht ademen dertig mensen de hele ochtend koolstofdioxide uit. Beetje bij beetje bevat de lucht in het lokaal minder zuurstof en meer koolstofdioxide, en de mensen worden moe. Als je de ramen openzet, komt er weer frisse lucht binnen.