In een oplossing heet de stof die oplost de opgeloste stof, en de vloeistof waarin ze oplost het oplosmiddel. Is het oplosmiddel water, dan is de oplossing een waterige oplossing.
Voorbeelden
Voorbeeld 9.2 (Andere oplosmiddelen dan water)
Water is het meest gebruikte oplosmiddel, maar niet het enige. Nagellak lost niet op in water; hij lost op in propanon (aceton), het oplosmiddel van nagellakremover. Vet en olieverf lossen op in terpentine. Veel geneesmiddelen zijn opgelost in ethanol. Een oplossing kan meerdere opgeloste stoffen bevatten: in zeewater zit opgelost zout en nog veel andere stoffen.