Een fossiel is het overblijfsel, of het spoor, van een levend wezen van lang geleden, bewaard in gesteente. Sommige fossielen zijn de harde delen van het lichaam — een schelp, een bot, een tand, hout — die in steen zijn veranderd. Andere bewaren alleen een vorm: een afdruk is de holle indruk die in het gesteente achterblijft waar een schelp of een bot is opgelost; een afgietsel is de kopie die ontstaat als een afdruk wordt opgevuld met nieuwe minerale stof of sediment. Een sporenfossiel is een teken van wat een dier deed — een voetafdruk, een graafgang, een sleepspoor — en geen deel van zijn lichaam.

