Massa’s meet je in grammen (g) en kilogrammen (kg), inhouden (hoeveel er in een bak gaat) in liters (L) en centiliters (cL):
Voorbeelden
Voorbeeld 19.5
Een brief: ongeveer g. Een zak bloem: kg. Een badkuip: ongeveer L. Een glas: ongeveer cL. Om een weegschaal met een zak van kg in evenwicht te brengen met g appels, leg je er nog g appels bij.