De dampkring is de diepe laag lucht die om de hele Aarde gewikkeld zit. Zijn gewicht perst de lucht onderin samen — daar waar wij wonen — en samengeperste lucht duwt hard tegen elk oppervlak dat ze raakt. Die duw heet luchtdruk.
Voorbeelden
Voorbeeld 36.5 (Het rietje)
Je denkt dat je sap door een rietje omhoog trekt. In werkelijkheid kun je een vloeistof helemaal niet trekken — probeer maar eens water met je vingers te trekken! Wat je werkelijk doet, is de lucht uit het rietje zuigen. Met de lucht weg van binnen duwt de dampkring, die op het sap in het glas drukt, het sap door het lege rietje omhoog je mond in. Elke slok is de dampkring die het tilwerk doet; jij maakt alleen de weg vrij.
Voorbeeld 36.6 (Zuignappen en ingedeukte flessen)
De rubberen nap van het badkamerhaakje wordt plat tegen de tegels gedrukt, waarbij de lucht eronder vandaan wordt geperst: nu duwt de dampkring de nap tegen de muur zonder dat er iets achter zit dat terugduwt — vastgepind door de hemel zelf. En draai de dop op een lege plastic fles hoog in de bergen, en rijd dan het dal in: de fles kreukelt alsof een spookhand hem samenknijpt. Buiten drukt meer lucht dan de ijle bergluchtlucht die binnenin is opgesloten — de dampkring wint, en de fles vouwt in.
Voorbeeld 36.7 (IJler met de hoogte)
Klim, en je laat een deel van de oceaan onder je: minder lucht erboven betekent een zwakkere duw. Je oren klappen in een snelle kabelbaan terwijl de druk buiten verandert; bergbeklimmers happen naar ijl geworden lucht. En hier geeft het bergtheeraadsel van vorig jaar zich over: doordat de dampkring minder op het water drukt, komt het koken makkelijker — water kookt op grote toppen ruim onder , te koel om goed te laten trekken.