Een eenvoudige machine is een werktuig zonder motor dat een kracht verandert zodat ze ons uitkomt: door haar sterker te maken, of door haar richting te veranderen, of allebei. De klassiekers: de hefboom die je kent van de wip en de koevoet, de katrol, en het hellend vlak — de nederige helling.
Voorbeelden
Voorbeeld 31.2 (De hefboom, opnieuw bekeken)
De regel van de hefboom heb je al: muntjes maal streepjes — jouw kleine kracht ver van het draaipunt verslaat een grote last vlakbij. Let nu ook nog op iets anders: jouw kant van de koevoet zwaait een heel eind omlaag terwijl de zwerfkei maar een klein stukje omhoog komt. Stop die waarneming in je zak; ze staat op het punt een wet te worden.