Een gas is stof die zich uitspreidt tot ze alle ruimte vult die ze krijgt. Lucht is een gas: stop het in een fles en het vult de fles tot in elke hoek; open de fles in een grotere kamer, en het verspreidt zich ook daardoorheen. Een gas heeft geen eigen vorm en geen eigen rustplaats — bied het meer ruimte, en het neemt alles.
Voorbeelden
Voorbeeld 14.7 (De reizende parfum)
Iemand opent een flesje parfum aan de ene kant van de kamer. Even later merken neuzen aan de andere kant het op. Het parfumgas bleef niet beleefd bij zijn flesje: eenmaal vrijgelaten verspreidde het zich door alle lucht in de kamer, van hoek tot hoek — precies wat de familie van de gassen altijd doet.