Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Tijdconstante?

Definitie 30.6 Natuurkunde bovenbouw · Hoofdstuk 30 — RC- en RL-kringen

De tijdconstante van een RC-kring is τ=RC\tau = RC. Eenheden: Ω×F=(V/A)(C/V)=C/A=s\Omega \times \mathrm{F} = (\mathrm{V}/\mathrm{A})(\mathrm{C}/\mathrm{V}) = \mathrm{C}/\mathrm{A} = \mathrm{s} — het eigen tempo van de schakeling.

Voorbeelden

Voorbeeld 30.9 (De getallen van een flitser)

Een fotoflitser laadt C=800µFC = 800\,\text{µ}\mathrm{F} door R=1.0kΩR = 1.0\,\mathrm{k}\Omega: τ=103×8.0×104=0.80s\tau = 10^3 \times 8.0\times10^{-4} = 0.80\,\mathrm{s}, dus wacht het lampje “gereed” — afgesteld om bij 95%95\% om te slaan — 3τ2.4s3\tau \approx 2.4\,\mathrm{s}: het gejank van het wachten. Afgevuurd door de schamele 0.50Ω0.50\,\Omega van de flitsbuis loopt dezelfde condensator leeg met τ=0.40ms\tau' = 0.40\,\mathrm{ms}: er tweeduizend keer sneller uit dan erin.

Lees in het hoofdstuk →