De testis is een massa zaadbuisjes, samen enkele honderden meters lang, waarvan de wanden zaadcellen maken; tussen de buisjes liggen de leydigcellen, die testosteron maken. In de wand van het buisje delen de spermatogonia aan de buitenrand zich door mitose, waarbij ze een stampopulatie in stand houden en cellen naar binnen sturen; die groeien uit tot primaire spermatocyten, die meiose I ondergaan (tot twee secundaire spermatocyten) en meiose II (tot vier haploïde spermatiden); de spermatiden stoten het grootste deel van hun cytoplasma af, condenseren hun kern, vormen een flagel en bedekken de kern met het acrosoom, een blaasje vol enzymen, en worden zo spermatozoa die in het lumen worden vrijgelaten. Grote sertolicellen overspannen de wand, verzorgen de kiemcellen en vormen met de nauwe verbindingen tussen hen een bloed-testisbarrière die het afweersysteem weghoudt van cellen die pas in de puberteit verschijnen. De hele reeks duurt bij een man ongeveer dagen en levert van de puberteit tot op hoge leeftijd zo’n zaadcellen per dag op. Zaadcellen verlaten de testis onbeweeglijk en rijpen twee weken in de bijbal.