Biologie · Begrippenlijst

Wat is Koppeling en recombinatiefrequentie?

Definitie 4.8 Universitaire biologie — jaar 2 · Hoofdstuk 4 — Meiose, genetische menging en erfelijkheid

Twee genen op hetzelfde chromosoom zijn gekoppeld: hun allelen gaan bij voorkeur samen naar de gameten, en een dihybride AB/abAB/ab maakt meer parentale gameten (ABAB, abab) dan recombinante (AbAb, aBaB). Recombinanten ontstaan alleen wanneer een crossing-over tussen de twee loci valt, zodat hun frequentie rr — rechtstreeks geteld in een testkruising — de afstand meet: rr loopt van 0 (volledige koppeling) tot 12\tfrac12 (genen die zo ver uit elkaar liggen, of op verschillende chromosomen, dat ze onafhankelijk worden verdeeld). De eenheid van kaartafstand is de centimorgan (cM): 1cM1\,\mathrm{cM} is 1%1\,\% recombinatie voor nauw gekoppelde genen; bij de mens is 1cM1\,\mathrm{cM} ongeveer een miljoen basenparen. Koppeling was het eerste bewijs dat genen op een rij op het chromosoom liggen.

Recombinatie tussen twee gekoppelde loci. Een crossing-over tussen beide in een bivalent wisselt de allelen op twee van de vier chromatiden uit; de recombinante gameten worden in een testkruising geteld, en hun frequentie meet de afstand.
Recombinatie tussen twee gekoppelde loci. Een crossing-over tussen beide in een bivalent wisselt de allelen op twee van de vier chromatiden uit; de recombinante gameten worden in een testkruising geteld, en hun frequentie meet de afstand.
Recombinatiefractie tegen kaartafstand. Nabije genen recombineren naar verhouding van hun afstand; verre genen komen nooit boven 50\,\% recombinatie, hoe ver ze ook uit elkaar liggen, omdat dubbele crossing-overs de parentale combinaties herstellen.
Recombinatiefractie tegen kaartafstand. Nabije genen recombineren naar verhouding van hun afstand; verre genen komen nooit boven 50%50\,\% recombinatie, hoe ver ze ook uit elkaar liggen, omdat dubbele crossing-overs de parentale combinaties herstellen.
Lees in het hoofdstuk →