Een zintuiglijke receptorcel bevat een omzettingsmechanisme — een eiwit of een cascade — dat een prikkel (een foton, een molecuul, een verplaatsing, warmte, een elektrisch veld) omzet in een verandering van de membraangeleiding en daarmee in een receptorpotentiaal, die met de prikkel meeloopt; de cel, of het neuron waarop zij overschakelt, maakt daarvan een reeks actiepotentialen wier tempo de sterkte codeert. De modaliteit van een signaal wordt niet gegeven door de pulsen, die in elke zenuw gelijk zijn, maar door de draad waarlangs zij reizen en door waar die in het brein eindigt: een gemerkte lijn. Een zintuiglijk neuron antwoordt op prikkels binnen een receptief veld — een stukje huid, een gebied van het gezichtsveld, een band van frequenties — en naburige velden scherpen elkaar door laterale remming, waarbij elk neuron zijn buren onderdrukt zodat randen en contrasten worden overdreven. De meeste receptoren passen zich aan: hun antwoord op een aanhoudende prikkel neemt af, zodat zij verandering melden in plaats van niveau, en hun werkbereik verschuift naar de heersende achtergrond.
Biologie · Begrippenlijst