De soorten van het web vallen uiteen in rollen:
- de producenten: de planten, die hun eigen materie maken (Propositie 22.6) — elk pijlenpad begint bij een van hen (Propositie 19.3);
- de consumenten: de dieren, die van anderen leven — planteneters die rechtstreeks producenten eten, vleeseters die andere consumenten eten, alleseters beide (Definitie 10.1);
- en, werkend in de schaduw, de afbrekers — de verteerders uit Voorbeeld 13.9, die zich met dode resten voeden en hun stof aan de bodem teruggeven. Een later jaar geeft hun een eigen hoofdstuk.
Voorbeelden
Voorbeeld 34.4 (De figuur indelen)
In het web in zakformaat: producenten — gras, klaver, eik; plantenetende consumenten — sprinkhaan, konijn, rups; vleesetende consumenten — hagedis, pimpelmees (grotendeels), vos (in werkelijkheid een alleseter), buizerd, sperwer. Drie verdiepingen: groen, plantenetend, vleesetend — en elke bovenste verdieping staat op de verdiepingen eronder.