Het tweede mechanisme van Darwin: selectie op kenmerken die partners winnen in plaats van overleving. Haar wortel is de anisogamie — de voortplanting van een vrouwtje wordt begrensd door de eieren die zij kan maken en voorzien, die van een mannetje door de vrouwtjes die hij kan bevruchten — zodat bij de meeste soorten de fitness van een mannetje steil stijgt met zijn aantal paringen en die van een vrouwtje nauwelijks (de gradiënt van Bateman); mannetjes wedijveren dan om vrouwtjes en vrouwtjes kiezen onder de mannetjes. De wedijver geeft horens, geweien, slagtanden, een grote gestalte en de wedstrijden van de vorige paragraaf. De keuze geeft sieraden, en drie verklaringen waarom vrouwtjes daaraan de voorkeur geven. De op hol geslagen selectie van Fisher: een voorkeur voor een iets langere staart en de langere staart verspreidden zich samen, waarbij elk de ander voordelig maakte, tot de overlevingskosten van de staart zijn winst aan paringen in evenwicht hielden. De handicap van Zahavi: een sieraad dat alleen een gezond mannetje zich kan veroorloven te laten groeien is een eerlijk signaal van zijn conditie, juist omdat het duur is — een pauw met een volle sleep heeft aantoonbaar minder parasieten. Goede genen en rechtstreekse voordelen: het vrouwtje wint, door wat haar nakomelingen erven of door het territorium en het voedsel dat het mannetje levert. De belangen van de twee geslachten lopen uiteen, en het seksuele conflict — over de paarfrequentie, over wie er voor de jongen zorgt, over het lot van het zaad van een vorige partner — is een wapenwedloop binnen één soort: het zaadvocht van mannelijke fruitvliegen verkort het leven van het vrouwtje en verhoogt haar eileg, en vrouwtjes ontwikkelen weerstand.
Biologie · Begrippenlijst