Het skelet is het geraamte van ongeveer botten in het lichaam. De belangrijkste delen:
- de schedel, een stevige helm van bot om de hersenen heen;
- de wervelkolom (ruggengraat), een buigzame zuil van kleine botjes gestapeld van nek tot heupen, die de romp rechtop houdt;
- de ribben, gebogen botten die een kooi om hart en longen vormen;
- de pijpbeenderen: lange botten in armen en benen — het dijbeen is het langste van het lichaam.
Voorbeelden
Voorbeeld 17.2 (Voel je geraamte)
Geen röntgenfoto nodig: druk voorzichtig en het skelet meldt zich. Knokkels; de rand van je scheenbeen; de ketting van kleine bobbels midden over je rug — de wervelkolom, botje na botje; de ribben die je onder je vingers kunt tellen. Het geraamte zit vlak onder de huid.
Voorbeeld 17.5 (De truc van de wervelkolom)
Geen enkel bot in je rug kan krullen — en toch kun je je bijna tot een bal voorover rollen. De wervelkolom is een zuil van meer dan botjes, die elk een paar graden op hun buren draaien: veel kleine buigingen die samen één grote maken. Daarom moet je ook je knieën buigen en niet je rug om iets zwaars op te tillen — knieën zijn gebouwd voor grote vouwen, de wervelkolom voor zachte.