De stoffen die bij een chemische reactie verbruikt worden, zijn de beginstoffen; de stoffen die gevormd worden, zijn de reactieproducten.
Voorbeelden
Voorbeeld 12.6 (Koolstof die in zuurstof verbrandt)
Als houtskool verbrandt, zijn de beginstoffen koolstof (de houtskool) en zuurstof (uit de lucht). Het reactieproduct is koolstofdioxide: als je het gas dat in de pot achterblijft met kalkwater schudt, wordt dat troebel.
Voorbeeld 12.7 (Staalwol)
Een plukje fijne staalwol, dat vooral uit ijzer bestaat, kan in lucht verbranden onder een regen van vonken. De beginstoffen zijn ijzer en zuurstof; het reactieproduct is een donkere, kruimelige vaste stof, een ijzeroxide.